Geschiedenis

De oudste fundamenten van de huidige Pandhof dateren uit het einde van de 14e eeuw. De Pandhof vormde de verbinding tussen Domkerk en het Groot Kapittelhuis -onderdeel van het huidige Academiegebouw. Daarnaast was de Pandhof een begraafplaats en een plaats voor religieuze contemplatie. Omdat het vrij lang onduidelijk bleef aan wie de Pandhof toebehoorde, konden omwonenden lange tijd hun gang gaan. Er werden notenbomen geplant en de binnenplaats werd gebruikt voor het opslaan van oude wagens, het houden van kippen en het drinken van bier. In 1634 werd de ‘Illustere School’ opgericht, een school die voortvloeide uit het gedachtegoed van de nieuwe protestantse kerk. Omdat studenten via de Pandhof naar de collegezalen in het Groot Kapittelhuis moesten lopen, werd de Pandhof de ‘wandelplaets van d’Academie’. De notenbomen werden gekapt en alle omwonenden verloren het recht van doorgang. De Pandhof werd eigendom van de huidige Universiteit Utrecht. Wie verantwoordelijk was voor het onderhoud van de Pandhof bleef echter onduidelijk. De verloedering sloeg toe. Pas in 1962 is er –naar ontwerp van gemeentearchitect Otto- voor het eerst een tuin aangelegd in de Pandhof. Otto bedacht de bestrating met zwerfkeitjes en de verdeling in 23 vakken. Helaas was er geen duidelijkheid over de verantwoordelijkheid voor het onderhoud, waardoor de tuin –wederom- verpieterde. In 1975 vroeg rechtenstudente Joke Frankenhuyzen het universiteitsbestuur toestemming om de tuin tot een middeleeuwse kruidentuin te maken. Samen met Sies Jonkman was ze in staat de tuin te transformeren én te onderhouden. Onder leiding van Jonkman groeide de tuin uit tot een kruidensiertuin.